Terug naar voorzieningen
Protocol Wvg

Protocol Wvg

 

 

1   Inleiding

 

De Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) strekt er toe,

  1. dat gemeentebesturen desgevraagd aan mensen met beperkingen[1] voorzieningen verstrekken
    1. die hen zo goed mogelijk in staat stellen om zelfstandig aan het maatschappelijk leven deel te nemen.
    2. Het gaat daarbij om

                                                               i.       woonvoorzieningen,

                                                              ii.       vervoersvoorzieningen

                                                            iii.      en rolstoelen.

    1. De wetgever heeft eertijds nadrukkelijk gekozen voor een decentraal regime,

                                                               i.       waarbinnen aan gemeenten de verantwoordelijkheid is opgedragen om

1.        'zorg op maat' te bieden.

    1. In veel gevallen lukt dat maatwerk ook.

                                                               i.      Uit evaluatieonderzoek is gebleken, dat 85 % van de Wvg-cliėnten aangeeft

1.        tevreden te zijn met de uitvoering van de wet en de verkregen voorzieningen.

                                                              ii.       Dat leidt evenwel tegelijkertijd tot de conclusie,

                                                            iii.      dat één-zevende deel van de Wvg-gerechtigden niet tevreden is.

                                                            iv.      Dat betreft in absolute zin een zeer groot aantal mensen in een – naar verhouding – bijzonder kwetsbare positie.

 

In kringen van cliėnten en gebruikersorganisaties is aangegeven dat,

  1. hoewel in veel gevallen een adequaat voorzieningenaanbod voorhanden is,

v      in een groot aantal gevallen ook sprake is van

    1.  een onvoldoende op de vraag toegesneden aanbod van voorzieningen,
    2. van onvoldoende kwaliteit van voorzieningen,
    3. van een niet optimale uitvoeringsorganisatie en
    4. soms van lange wachttijden.
  1. Hoewel jurisprudentie in veel specifieke gevallen wel

                                 I.      een ondergrens aangeeft van hetgeen kan worden verstaan onder een 'verantwoorde voorziening',

                               II.      kan aan het geheel van rechterlijke uitspraken

a.        in onvoldoende mate een algemene normerende werking worden ontleend.

                             III.      Ook het feit dat gemeenten de Wvg verschillend  interpreteren heeft ertoe geleid

a.        dat er in zeer vergelijkbare gevallen sprake kan zijn van,

b.        soms grote, verschillen in besluiten over hetgeen verstrekt moet worden. Gebruikers ervaren dat als rechtsonzekerheid.

 

Decentrale wetsuitvoering kan – en mag – tot verschillen tussen gemeenten leiden,

  1. zowel in termen van te verstrekken voorzieningen
    1. als in kwaliteit van de uitvoeringsorganisatie.

De wetgever heeft als ondergrens slechts gesteld

  1. dat de te verstrekken voorzieningen 'verantwoord' – hetgeen wil zeggen:
    1. doeltreffend,
    2. doelmatig
    3. en cliėntgericht – moeten zijn,
    4. gelet op behoefte van de betreffende cliėnt.

 

 

Tegen deze achtergrond hebben de Minister van SZW en de VNG in eerdere instantie afspraken gemaakt

  1. om de kwaliteit van de Wvg-uitvoering te verbeteren.
    1. In meerdere overleggen tussen de Vaste Kamercommissie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is
    2. de Wvg ook  aan de orde geweest.
    3. Daarbij is toegezegd dat

                                                                     I.      de mogelijkheden voor een meer fundamentele herziening van het stelsel moeten worden onderzocht

                                                                   II.      en in de vorm van een 'Bouwstenennotitie' aan de Kamer ter kennis worden gebracht.

                                                                 III.      Kamerbreed is echter ook de wens geuit om – samengevat –

a.        voorshands binnen de grenzen van de huidige Wvg en

b.       op zo kort mogelijke termijn,

c.        op basis van nadere regelgeving

d.        normen te stellen voor een betere uitleg

e.         van het begrip 'verantwoorde voorzieningen'.

f.         Hiertoe zou de Wvg zo spoedig mogelijk moeten worden aangevuld

g.       met een gewijzigd artikel 3 Wvg, dat daarvoor de grondslag biedt.

 

De Minister van SZW heeft in dit kader in overleg met de VNG en de gebruikersorganisaties nader invulling gegeven aan

  1. het begrip 'verantwoorde voorzieningen'.
    1. Die invulling is vormgegeven in het voorliggende Protocol
    2.  en kan worden beschouwd als een invulling van de nadere regels

                                                                     I.      als genoemd in het gewijzigde artikel 3 Wvg.

 

Dit protocol is tot stand gekomen

      8.    na overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de gebruikersorganisaties.

    1. Daarmee is beoogd om

                                                               i.      zo spoedig mogelijk daadwerkelijk geconstateerde knelpunten op te lossen.

                                                              ii.       Het protocol is een verbreding van  de eerder gemaakte afspraken tussen SZW en de VNG.

 

 

2   Doelstellingen Wvg

 

De Wvg is, materieel gezien,

  1. de rechtsopvolger van de voorzieningenparagraaf in de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en van de Regeling Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten.
    1.  Aan de totstandkoming van de wet in 1994 lagen een aantal uitgangspunten ten grondslag.
    2. Deze kunnen als volgt worden samengevat:

1.     Gemeentebesturen kregen de zorgplicht om

1.        voorzieningen te verstrekken die

§         de zelfstandigheid en

§         zelfredzaamheid van gehandicapten bevorderen;

2.     welke voorzieningen voor de doelgroep ook daadwerkelijk bereikbaar zouden moeten zijn,

2.        ook als het gaat om ouderen of

3.        mensen met een lager inkomen;

3.     door middel van een

4.        integrale en

5.        transparante uitvoeringsstructuur;

4.     waarbij de invoering van de wet

6.        budgettair neutraal diende te geschieden; en

5.    waarbij de zorgplicht en budgetverantwoordelijkheid

1.        in één hand werden gelegd.

 

Nadien heeft nog een aantal wijzigingen plaatsgevonden in het geheel van met de Wvg samenhangende regelingen. Deze hebben het karakter van de wet evenwel niet aangetast.

 

Binnen de gestelde uitgangspunten:

       2.  behoren gemeentebesturen te streven naar

a.        een zodanige invulling van hun zorgplicht,

b.       dat de gehandicapte door het verstrekken van een of meer voorzieningen

c.        zoveel mogelijk deel kan nemen aan het maatschappelijk leven

d.       op een vergelijkbare wijze als de niet gehandicapte mens.

De Wvg is immers gericht op:

a.        het bevorderen van de zelfstandigheid en

b.        zelfredzaamheid van de betrokken gehandicapte.

 

Het verstrekken van voorzieningen is daartoe (slechts) een middel.

 

En hoezeer, uit oogpunt van rechtszekerheid,

a.        tevoren vast behoort te staan

b.       welke voorzieningen een gemeentebestuur

c.        (onder welke omstandigheden) zal kunnen verstrekken:

d.       het is primair de cliėnt die het beste kan aangeven,

e.        op welke wijze zijn belemmeringen optimaal kunnen worden

f.         opgeheven of verminderd.

g.       De indicatie-advisering zal daar ook op gericht moeten zijn,

h.       uitmondend in een advies over

a.         de te verstrekken voorziening of voorzieningen.

i.          Oogmerk van de decentralisatie was immers

a.         het kunnen bieden van 'maatwerk'.

b.       Ook dit Protocol zal alleen al daarom

                                                                   i.      moeten passen binnen de doelstellingen achter en de tekst van de wet.

c.        Het Protocol is bedoeld

                                                                   i.      om tot een meer uniforme wetstoepassing te komen,

                                                                 ii.       gericht op een bredere rechtszekerheid voor cliėnten

                                                                iii.       met het oog op hun specifieke situatie.

 

3   Cliėntgerichtheid

 

De aanvraagprocedure dient

a.        voor de cliėnt zo min mogelijk belastend te zijn.

b.        De intake en indicatieadvisering moeten

                                             I.      aansluiten op

                                           II.      en evenredig zijn aan

                                         III.      de gevraagde

                                         IV.      respectievelijk te verstrekken voorziening,

                                           V.      en zullen niet voorbij mogen gaan aan

                                         VI.      hetgeen op basis van andere regelingen kan worden verstrekt.

 

Vanaf het begin biedt het gemeentebestuur

                I.      duidelijkheid over de procedure:

              II.       het gemeentelijk beleid,

a.        hetgeen er gebeurt vanaf de aanvraag,

b.       de indicatie-advisering,

c.        de beschikking en

d.       de mogelijkheden van bezwaar,

e.         beroep en klachten.

Doordat de aanvrager daardoor inzicht krijgt in

f.         zowel de te zetten stappen als in

g.       de daarmee gemoeide tijd,

h.        kan deze rekening houden met

                                                                I.       hetgeen hem te wachten staat

                                                              II.      en zich daarop voorbereiden.

i.         Zo mogelijk worden al tijdens de intake

                                                                I.      de verschillende te zetten stappen en

                                                              II.      de daarmee gemoeide tijd in kaart gebracht;

j.          als dat niet kan zou daarover

                                                                I.       binnen 14 dagen bericht kunnen volgen,

                                                              II.       in een voor de aanvrager toegankelijke vorm.

 

Bij de aanvraagprocedure wordt:

A.      onnodige bureaucratie vermeden door:

B.        voort te bouwen op

a.        hetgeen van de aanvrager en

b.       diens omgeving al bekend is.

C.       Behandelroutines worden (daarop) afgestemd.

a.        Bij aanvragen  die zouden kunnen leiden tot

                                                                 i.      een beroep op meerdere voorzieningen (en waarvoor meerdere regelingen van toepassing zijn)

                                                               ii.      helpt het gemeentebestuur de hulpvrager door

1.         een gecoördineerde indicatiestelling te bevorderen.

                                                              iii.      Vanaf het moment van eerste contact

1.        zoekt het gemeentebestuur met de aanvrager naar

2.        een voorziening die de door de aanvrager ervaren problemen

3.         zoveel mogelijk wegneemt en

4.        aan diens behoeften zo goed mogelijk tegemoet komt,

5.        binnen de grenzen van het gemeentelijk beleid.

6.        De aanvrager krijgt daartoe ook de beschikking over het indicatieadvies.

7.         De aanvraagprocedure wordt afgewikkeld binnen de grenzen, die de Algemene wet bestuursrecht (Awb) daarvoor stelt, en

8.        zo mogelijk sneller dan de in die wet gestelde maximumtermijnen.

 

Voor zover gemeenten de indicatie-advisering voor de Wvg onder hebben gebracht bij het Regionaal Indicatie Orgaan (Rio) in het kader van het traject Robuuste Rio’s, zal het Rio onder mandaat van het gemeentebestuur:

·         op een onafhankelijke,

·         vraaggerichte en

·          integrale wijze 

·         de reactie op de hulpvraag van de cliėnt in kaart brengen.

·         Voor het onderdeel Wvg zal het gemeentebestuur vervolgens besluiten

·          in de vorm van een beschikking.

 

Het kan om een aantal redenen – bij voorbeeld omdat gegevens van derden lang uitblijven voorkomen

·         dat de in de Awb gestelde termijnen niet kunnen worden gehaald.

·         Bij dreiging van een dergelijke overschrijding van termijnen

a.         informeert het gemeentebestuur de aanvrager,

1.         onder aangeven van de oorzaken

2.        en van de vermoedelijk wel realiseerbare behandel- dan wel afhandeltermijn.

b.       De gemeente informeert de cliėnt ook over

1.         de mogelijkheid een klacht in te dienen

2.        en de behandeling daarvan.

c.        Dit laat onverlet dat,

1.        indien de aanvrager meent dat er sprake is van een niet meer redelijke termijnoverschrijding

2.        deze uiteraard een beroep kan doen op alle rechtsmiddelen,

3.        die hem op grond van de Awb ter beschikking staan.

 

Dat indicatieadvisering evenredig is met de aard en omvang van de gevraagde voorziening ligt voor de hand. Dit impliceert, dat

a.        voor 'kleine', goedkopere voorzieningen,

1.        volstaan kan worden met een lichte en vooral snelle procedure.

 

2.        Daarentegen wordt bij een aanvrage voor meer omvangrijke of duurdere voorzieningen

a.        gezocht naar een methode om een aanbod te realiseren

b.       dat zo goed mogelijk tegemoet komt aan de situatie van de aanvrager

                                                                             i.       in relatie tot zijn mogelijkheden

                                                                           ii.      en die van zijn sociale omgeving.

3.        Dat betekent dat het in dergelijke gevallen de voorkeur verdient om

a.        de indicatieadvisering door het Rio te laten plaatsvinden.

4.        Zulks ligt ook voor de hand bij verschillen van inzicht tussen

a.        gemeente en cliėnt, zoals in de bezwaarfase,

b.        maar die wellicht ook al eerder kan blijken.

5.        Door aanvragers overigens zo goed mogelijk te betrekken bij het afhandeltraject van de aanvraag

a.        zullen dergelijke verschillen van inzicht overigens

b.        minder frequent voorkomen.

6.        En tot slot: 'evenredig' houdt ook in,

a.         dat voor urgente aanvragen

                                                                             i.      een spoedprocedure mogelijk is.

b.       Rio’s zullen:

                                                                             i.      het protocol “met spoed indiceren”

1.        van het de Landelijke Vereniging van indicatieorganen (LVIO) gebruiken

                                                                           ii.      voor snelle,

                                                                          iii.       zorgvuldige en

                                                                         iv.       klantgerichte afhandeling

                                                                           v.      van de indicatie-advisering van de hulpvragen.

 

Niet zelden zal van stond af aan

  1. de gelijktijdige –
  2. of zelfs gecombineerde – verstrekking
  3. van meerdere voorzieningen aan de orde zijn,
    1.  waarvoor dan wellicht ook verschillende regelingen van toepassing zijn.
  4. Ook kan het voorkomen, dat er sprake is van
    1.  verschillende mogelijke verstrekkingen,
    2. die er op zijn gericht de beperkingen te verminderen

                                                               i.      of weg te nemen.

  1. Om die reden is het zeer gewenst
    1. de indicatieadvisering te laten plaatsvinden door
    2. een Rio, waarbinnen

                                                               i.      voor een breed pakket aan verstrekkingen

                                                              ii.      op grond van verschillende regelingen wordt geļndiceerd

                                                            iii.       en waarbinnen een grote kennis

1.         van de onderscheiden mogelijkheden bestaat.

                                                            iv.       De aanvrager kan daardoor optimaal worden geholpen.

  1. De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft,
    1. in samenspraak met de Minister van SZW,

                                                               i.      ter versterking van deze Rio's

    1. met de VNG ook afspraken gemaakt en voor de uitvoering daarvan

                                                               i.      gelden beschikbaar gesteld.

 

Meer dan met het enkele verkrijgen van een besluit van het gemeentebestuur is de aanvrager gebaat

  1. bij het feitelijk kunnen beschikken over de gevraagde voorziening.

 

Nu de Wvg behoorlijk is ingebed in de gemeentelijke praktijk

  1. moet het mogelijk zijn dat een gemeentebestuur
    1. op ten minste een aantal punten anticipeert op vaker voorkomende vragen.
    2. Zo kunnen afspraken met woningcorporaties en andere huiseigenaren er toe leiden

                                                               i.      dat de benodigde apparatuur en materiaal

                                                             ii.      voor relatief eenvoudige woningaanpassingen

                                                           iii.      'op voorraad worden gehouden'.

    1. Dat kan resulteren in :

                                                               i.      snelle aanpassing van woningen bij bijv.

                                                             ii.      de introductie van rolstoelgebruik of

                                                           iii.      aanpassing van sanitaire ruimtes.

    1. Ook andere veelvoorkomende voorzieningen behoren geleverd te kunnen worden

                                                               i.       als waren zij op voorraad aanwezig,

                                                             ii.      eventueel op basis van afspraken tussen de gemeenten –

1.       al dan niet in samenwerking – en leveranciers.

    1. Omgekeerd zal de aanwezigheid van direct te leveren voorzieningen er niet toe mogen leiden dat

                                                               i.      dit aanbod bepalend wordt:

1.       de verstrekking blijft vanzelfsprekend (binnen de grenzen van de gemeentelijke mogelijkheden)

2.       in het directe verlengde van het indicatieadvies.

 

Met het realiseren van een klachtenprocedure conform

  1. het gestelde in de Awb en
  2. de bestaande regelingen voor bezwaar, beroep en
  3. (vooral) voorlopige voorziening in die wet,
  4.  mag er van worden uitgegaan dat
  5. een afdoende bestel voorhanden is
  6. om te voorzien in (spoed)procedures
  7. en klachtenbehandeling.

Ook in dit opzicht voorziet het gemeentebestuur in

1.        voldoende en

2.        toegankelijke informatie.

 

 

4  Voorzieningen

 

Het met de WVG beoogde maatwerk betekent,

1.        dat de te verstrekken voorzieningen:;

a.         zijn gericht op het individu en

b.       op diens specifieke behoeften

c.        en omstandigheden.

2.        Dat impliceert,

a.        dat de verstrekking niet primair is

b.        hetgeen in de regel bij een vergelijkbare aanvraag wordt verstrekt,

c.         maar specifiek ziet op

d.       het oplossen van het door de aanvrager geformuleerde probleem,

e.         binnen de grenzen van de wet.

3.        Het toetsingskader maakt onderdeel uit van het Protocol en

a.        wordt gehanteerd

b.       om de op het gewenste maatwerk toegesneden afwegingen te maken.

4.         Een goede toepassing van dit uitgangspunt leidt

a.         tot een toepassing van de Wvg,

b.       die voor de cliėnten meer bevredigend is

c.         en voor de verstrekkende gemeenten

                                                                 i.      uiteindelijk tot minder kosten leidt.

d.        Het kan om dezelfde reden heel goed zijn

                                                                 i.      dat een gemeentebestuur,

1.        afhankelijk van de voorziening,

                                                               ii.      periodiek – bijv. jaarlijks of tweejaarlijks –

                                                              iii.      contact opneemt met de aanvrager om

1.         te beoordelen,

a.        of de verstrekking nog voldoet aan de verwachtingen.

 

Bij de keuze voor een voorziening houdt het gemeentebestuur rekening

5.       met de wijze waarop de cliėnt zijn leven wil inrichten.

6.       Bij de beoordeling van de aanvraag worden daarom

a.       alle omstandigheden van de cliėnt betrokken

b.       die relevant kunnen zijn voor die aanvraag.

c.        Daartoe is een goede intake en

d.       indicatieadvisering van wezenlijk belang.

7.       Indien meerdere voorzieningen als adequaat kunnen worden aangemerkt,

a.        mag gekozen worden voor de goedkoopste.

8.       Bij relatief kleine verschillen in prijs wordt

a.       in beginsel echter de wens van de aanvrager gerespecteerd.

9.        In alle gevallen verdient het aanbeveling dat

a.       voor voorzieningen kan worden gekozen uit meerdere aanbiedingen,

b.        mits dit niet leidt tot onevenredige problemen bij de gemeente. 

 

Indien de cliėnt een voorkeur heeft voor een duurdere voorziening

a.        dan de goedkoopste onder de adequate voorzieningen

  1. overlegt, als de aanvrager zulks wenst,
    1. het gemeentebestuur met de aanvrager of
    2. deze de voorkeur heeft voor een financiėle tegemoetkoming.
  2. Hierbij zullen afspraken over de besteding
    1. en de duur van de voorziening moeten worden vastgelegd.
  3. Het beschikbaar te stellen bedrag zal dan
    1. dat van het goedkoopste alternatief kunnen zijn
    2.  dat als adequaat is aangemerkt.
  4. De aanvrager wordt daarbij geholpen met advies en informatie.
  5. Bij toepassing van deze variant moet overigens worden gewaarborgd,
    1. dat de noodzakelijke voorziening ook daadwerkelijk kan worden gerealiseerd.
  6. Daarbij kunnen recente onderzoeksresultaten op dit vlak
    1. en reeds voorhanden positieve ervaringen met een PGB in een aantal gemeenten

                     een bruikbaar hulpmiddel zijn.

Gemeenten realiseren zich dat het verstrekken van een budget in algemene zin

1.        voor de aanvrager optimale keuzemogelijkheden biedt.

 

Dat de voorziening is afgestemd op de aanvrager en diens specifieke behoeften en omstandigheden betekent ook,

·         dat rekening wordt gehouden met omstandigheden als

a.        groei,

b.       extra slijtage vanwege de handicap en

c.         progressie van de aandoening.

·         Tot de voorziening behoort ook

a.         het onderhoud en

b.        reparatie gerekend te worden,

c.        alsmede – indien nodig – het er mee leren omgaan.

·          De voorziening komt immers pas tot zijn recht als er ook daadwerkelijk goed gebruik van kan worden gemaakt.

·         Op zichzelf bevordert het de rechtszekerheid,

a.        als tevoren duidelijkheid bestaat – bijv. aan de hand van een verordening en beleidsregels –

b.        over welke voorzieningen

c.         onder welke omstandigheden

d.       in de regel kunnen worden verstrekt.

·         Dat betekent intussen niet dat,

a.        gegeven de mogelijk specifieke hulpvraag,

b.       dergelijke beleidsregels niet onder omstandigheden met enige flexibiliteit kunnen worden gehanteerd.  

 

4.1  Wonen

 

Wanneer een gehandicapte belemmeringen ondervindt in het normale gebruik van de woning,

1.        treft de gemeente een voorziening aan de woning

1.1.      om deze belemmeringen weg te nemen of

1.2.      zoveel mogelijk verminderen.

1.3.      Ook kan de gehandicapte in aanmerking komen voor

1.3.1.           een tegemoetkoming voor verhuis- en herinrichtingskosten,

1.3.2.           als er een andere – wel geschikte – woning binnen redelijke termijn beschikbaar is.

1.3.2.1.      Deze tegemoetkoming is alsdan een reėle bijdrage in  de kosten die een gehandicapte voor een verhuizing moet maken,

1.3.2.2.      rekening houdend met het niet-vrijwillige karakter van een dergelijke verhuizing.

 

1.3.3.           De financiėle consequenties van verhuizen,

1.3.3.1.      zoals de woonlasten,

1.3.3.2.      moeten binnen de Wvg-draagkracht van de gehandicapte passen.

 

1.3.4.           Verhuizen mag in ieder geval niet ten koste gaan van

1.3.4.1.      (mantel)zorg en

1.3.4.2.      de sociale omstandigheden van de gehandicapte.

 

1.3.5.           Bij het beoordelen van mogelijkheden voor het zelfstandig gebruik van de woning let de        gemeente in elk geval op

1.3.5.1.       elementen als veiligheid,

1.3.5.2.      oriėntatiemogelijkheden,

1.3.5.3.      de toegankelijkheid en de herkenbaarheid van de woning voor de gehandicapte.

1.3.5.3.1.              Daaronder dienen ook voorzieningen t.a.v.

1.3.5.3.1.1.         de scherpte en

1.3.5.3.1.2.          zwakte van licht voor mensen met een visuele handicap te worden gerekend.

 

Ook bij woningaanpassing is

1.        het door de cliėnt geformuleerde probleem het uitgangspunt.

1.1.     Aan de hand hiervan

1.2.     en aan hetgeen op grond van de beperkingen van de aanvrager noodzakelijk is

1.2.1.         wordt vastgesteld

1.2.1.1.    welke voorziening in zijn situatie adequaat is.

 

2.       Het gemeentebestuur houdt er rekening mee,

2.1.     dat gehandicapten niet zelden

2.1.1.         een andere dagindeling,

2.1.2.         prioriteitsstelling

2.1.3.         en tijdsbestedingspatroon kennen

2.1.3.1.    dan de niet in zijn bewegingen of anderszins,

2.1.3.2.    bijvoorbeeld visueel, beperkte mens.

 

Met het normale gebruik van de woning,

1.       waartoe ook de verzorging van kinderen

1.1.      en het uitvoeren van geregelde huishoudelijke taken gerekend kan worden,

1.2.     dient te allen tijde rekening te worden gehouden.

 

Woningaanpassing kan

1.        de noodzaak van tijdelijke huisvesting elders met zich meebrengen.

2.        In die gevallen behoort die tijdelijke huisvesting

2.1.      deel uit te maken van de verstrekking.

 

Het toesnijden van de voorziening

1.        op de behoeften en persoonlijke omstandigheden van de aanvrager

2.        en zijn sociale omgeving kan er toe leiden,

2.1.      dat – onder omstandigheden – aan de woning ook

2.2.      maatregelen getroffen worden met het oog op

2.2.1.           de verzorging van de aanvrager.

2.2.2.           Bij zowel beroepsmatige zorg als mantelzorg wordt als dat nodig is bijvoorbeeld

2.2.2.1.      een tillift verstrekt

2.2.2.2.      en worden andere, op de arbeidsomstandigheden van de verzorgende

2.2.2.3.      gerichte, voorzieningen gerealiseerd.

 

De gemeente houdt een overzicht bij van

1.        reeds aangepaste woningen,

1.1.      die ten verhuur worden aangeboden

1.2.      dan wel binnenkort beschikbaar zullen komen.

 

2.        Dit overzicht van (binnenkort) beschikbare woningen

2.1.       is als Internetsite ook toegankelijk voor gehandicapten en andere gemeenten.

2.2.      Daarbij worden de gerealiseerde aanpassingen zo goed mogelijk aangeduid.

2.3.       In algemene zin verdient het aanbeveling

2.3.1.            in toenemende mate levensloopbestendig

2.3.2.           en aanpasbaar te bouwen,

2.3.2.1.      zoals ook in de nota Mensen Wensen Wonen is verwoord.

 

4.2  Vervoer

 

Gemeenten verstrekken vervoersvoorzieningen die er op zijn gericht,

1.        dat mensen met beperkingen kunnen

1.1.      deelnemen aan het maatschappelijk verkeer binnen –

1.1.1.           in elk geval – hun directe leefomgeving.

1.2.      Het gemeentebestuur zal de uit de beperking voortvloeiende belemmering wegnemen

1.3.      (of zo veel mogelijk verminderen)

1.3.1.           door een adequate vervoersvoorziening,

1.3.1.1.      waarbij het rekening houdt met de behoeften

1.3.1.2.      en persoonlijke omstandigheden van de aanvrager.

1.4.      Bij cliėnten, welke zijn opgenomen in een instelling,

1.4.1.           wordt er zo nodig rekening mee gehouden

1.4.2.           dat binnen die instelling

1.4.2.1.      de mogelijkheden voor persoonlijke ontmoetingen in de regel

1.4.2.2.      aanzienlijk minder zijn dan thuis.

1.4.2.3.      In dergelijke gevallen is het gewenst om

1.4.2.3.1.              de gebruikelijke evenredigheid tussen bezoeken en

1.4.2.3.2.               bezoek ontvangen los te laten.

 

Vanzelfsprekend zijn de aard en mate van de beperking bepalend voor:

1.        het type en de omvang van de te verstrekken vervoersvoorziening(en).

1.1.      De vraag kan niet alleen zijn,

1.1.1.           of iemand fysiek in staat is een bepaalde afstand te overbruggen.

1.2.      Het behoort ook te gaan om de vraag,

1.2.1.           of iemand geheel zelfstandig daartoe in staat is.

 

Gehandicapten kunnen in aanmerking komen voor:

1.        collectief vervoer,

2.         individueel vervoer

3.        of een combinatie van deze.

 

Bij de toekenning wordt:

1.        rekening gehouden met persoonlijke behoeften

1.1.      en omstandigheden;

2.        het kan tegen die achtergrond ook gaan om

2.1.      toekenning van een combinatie van voorzieningen.

2.2.       Een keuze voor collectief vervoer is derhalve zeker geen automatisme.

 

Met het collectief vervoer kan

1.        onbeperkt gereisd worden

1.1.       binnen het zorgplichtgebied

1.2.       tegen een tarief dat niet hoger is dan

1.2.1.            het tarief van de blauwe strippenkaart.

2.        Deze collectieve voorziening dient aan te sluiten op een toegankelijk NS-station.

 

Het gemeentelijk zorgplichtgebied ingevolge de Wvg,

1.        bestrijkt terzake van vervoersvoorzieningen

1.1.      niet alleen het gebied binnen de gemeentegrenzen

1.2.      maar ook het (sociaal) vervoer binnen de regio.

 

Op basis van de jurisprudentie van de CRvB valt onder regionaal vervoer ook

1.        vervoer van ongeveer 15 km vanaf het vertrekadres.

 

2.        Dit impliceert dat een vervoersvoorziening wordt geboden die

2.1.       reizen van vijf OV-zones tegen strippenkaarttarief mogelijk maakt.

 

Voor de gehandicapte die bij de gemeente in het kader van een Wvg-vervoersindicatie aangeeft ook te willen

1.        reizen buiten het gemeentelijk zorgplichtgebied

1.1.       zal tevens een indicatieadvies worden gegeven

1.1.1.           op de mogelijkheden om bovenregionaal te reizen.

1.2.       Maatwerk dient ook betrekking te hebben op

1.2.1.           bewoners van AWBZ gefinancierde instellingen.

 

Gemeenten maken afspraken met vervoerders

1.        over prioritaire ritten.

1.1.      Dit zijn ritten waarbij cliėnten de garantie krijgen

1.1.1.           dat zij – behoudens een situatie van overmacht –

1.1.2.           op een vooraf afgesproken tijdstip

1.1.3.           op de plaats van bestemming zullen arriveren,

1.1.3.1.      bijvoorbeeld voor theatervoorstellingen,

1.1.3.2.      een uitvaart, 

1.1.3.3.      educatie,

1.1.3.4.      vrijwilligerswerk,

1.1.3.5.      en het vertrekmoment van een aansluitende verbinding,

1.1.3.5.1.              zoals een trein of een veerdienst.

 

In het bijzonder bij individuele vervoersvoorzieningen voor de middellange afstanden (tot en met ongeveer 15 km) ligt het in de rede

1.        dat met de aanvrager,

1.1.      aan de hand van een indicatieadvies,

1.2.      zorgvuldig wordt overlegd

1.3.      over de verschillende mogelijkheden.

 

2.        Op basis van dat indicatieadvies

2.1.      en hetgeen cliėnt aandraagt kan blijken

2.2.      dat, gelet op de persoonlijke omstandigheden van betrokkene

2.2.1.            zoals de gezinssituatie,

2.2.2.           een combinatie van bepaalde voorzieningen adequaat is.

 

4.3  Rolstoelen

 

De rolstoel is

1.        een zeer persoonlijke voorziening en

2.        de gehandicapte is er bijzonder van afhankelijk.

3.         Daarom wordt meer dan gemiddeld zorg besteed aan

3.1.      de keuze voor merk en type.

4.        De rolstoel is afgestemd

4.1.       op de behoeften van de gebruiker;

4.2.      mensen kunnen daarom, meer nog dan bij andere voorzieningen,

4.2.1.            zelf kiezen voor de meest geschikte rolstoel,

4.2.2.            uitvoering

4.2.3.           en leverancier.

 

5.        Mensen behoren door middel van een rolstoel

5.1.      volwaardig te kunnen participeren.

6.        Bij de verstrekking horen in elk geval ook

6.1.      de kosten voor onderhoud en reparatie.

7.         Naar gelang de persoonlijke situatie kunnen

7.1.       ook accessoires,

7.2.      of meerdere rolstoelen, tot de verstrekking behoren.

 

Ook bij rolstoelen worden

1.       behoeften en

2.       persoonlijke omstandigheden meegewogen.

2.1.     Bijvoorbeeld door te anticiperen op progressieve aandoeningen,

2.2.    of de groei van de kinderen.

 

 

5   Regeling financiėle tegemoetkomingen en eigen bijdragen

 

Een van de problemen bij de uitvoering van de Wvg heeft betrekking op

1.       de financiėle gevolgen voor de gehandicapten,

2.        met name bij de toepassing van de Regeling financiėle tegemoetkomingen

3.       en eigen bijdragen Wvg.

Inventarisatie van de klachten laat zien,

a.        dat gemeenten deze regeling op verschillende manieren interpreteren. 

 

Het is op zichzelf de eigen gemeentelijke beleidsvrijheid of en hoe eigen bijdragen worden gevraagd.

 

 De wet geeft alleen

b.       de kaders aan waarbinnen dit moet plaatsvinden.

 In de wet is een bevoegdheid opgenomen

c.        om met betrekking tot de eigen bijdragen en financiėle tegemoetkomingen regels te stellen.

d.       Deze Regeling financiėle tegemoetkomingen en eigen bijdragen Wvg geeft

1.         een nadere omschrijving van de invulling van de systematiek voor eigen bijdragen

2.        en financiėle tegemoetkomingen.

e.         Dit is om uit te sluiten dat een gehandicapte,

1.        wanneer hij in het kader van de Wvg voor kosten zou worden gesteld,

2.        voor die kosten een beroep op bijzondere bijstand zou moeten doen.

3.         Hierbij wordt tevens rekening gehouden

                                                                                       i.       met andere kosten in verband met de handicap.

4.        De Regeling verwijst daartoe

                                                                                       i.       naar een enkele andere eigen bijdrageregeling,

                                                                                      ii.      maar tevens naar andere kosten als gevolg van de handicap,

                                                                                    iii.       die in mindering op de draagkracht moeten worden gebracht.

 

Gemeenten kunnen inkomensgrenzen stellen,

f.         waarboven iemand niet meer voor een financiėle tegemoetkoming of naturavoorziening 

g.       Voor bepaalde voorzieningen geldt,

1.        dat ze boven een bepaalde inkomensgrens als 'algemeen gebruikelijk' worden aangemerkt.

2.        Gemeenten mogen evenwel geen inkomensgrenzen stellen bij

                                                                                       i.      woonvoorzieningen

                                                                                      ii.      of voorzieningen, die specifiek op de handicap zijn gericht.

 

Het begrip 'algemeen gebruikelijk' blijkt

h.       niet overal hetzelfde te worden toegepast.

i.         Het lijkt soms of het vooral wordt gebezigd in een context die aangeeft,

1.        dat het om een voor iedereen aan te schaffen object kan gaan.

2.         Dit is evenwel niet altijd het geval.

j.         Vermeden moet worden dat een aanvraag enkel hierom wordt afgewezen.

 

Het ligt echter meer voor de hand om het begrip ‘algemeen gebruikelijk’

k.        te relateren aan hetgeen niet-gehandicapte personen in vergelijkbare

1.         – waaronder: financieel vergelijkbare – omstandigheden

2.         als regel tot hun aanschaffingpatroon kunnen rekenen.

 

l.         Uitgangspunt bij de toekenning is

1.         het indicatieadvies,

2.        op basis waarvan wordt vastgesteld

3.         welke voorziening in een bepaalde situatie adequaat is.

 

 

6   Andere op de Wvg gerichte activiteiten

 

Met dit Protocol is beoogd de toepassing en de uitvoering van de Wvg te verbeteren. Daarnaast zij gewezen op de volgende activiteiten.

 

Er zullen experimenten of pilots worden geėntameerd met het oog op in ieder geval de volgende onderwerpen:

·         de mogelijkheden van persoonsgebonden budgetten,

·         zoals bijv. nu gepraktiseerd in  Utrecht,

·         als voorbeeld voor de mogelijkheden van vraagsturing;

·         daarbij zal ook worden gezocht naar aansluiting

·         bij de systematiek,

·         verantwoording

·         en faciliteiten die gelden in de zorgsector,

·          zodat kan worden geprofiteerd van de daarmee opgedane ervaringen;

·         de mogelijkheden van afstemming van beleid van gemeenten in één regio;

·         varianten in indicatie-advisering (in samenwerking met de Staatssecretaris van Volksgezondheid Welzijn en Sport);

·         de mogelijkheden van beter omgaan met individuele vervoersvoorzieningen als scootmobielen.

 

Er zal voorts een vergelijkend onderzoek – 'benchmark' – plaatsvinden

1.        tussen een aantal gemeenten, in het bijzonder

2.         gericht op het in kaart brengen van goede voorbeelden.

3.         Andere gemeenten zullen daar weer hun voordeel mee kunnen doen,

a.         ten faveure van de in die gemeenten woonachtige cliėnten.

 

Naar de werking van de Regeling financiėle tegemoetkomingen en eigen bijdragen Wvg

1.        zal onderzoek worden gedaan,

a.        zowel in termen van uniforme toepassing

b.        als naar de vraag,

                                                                 i.      in welke gevallen

                                                                ii.      en in welke mate

                                                              iii.      eigen bijdragen worden gevraagd.

c.         Ook zal daarbij worden gekeken

                                                                 i.       naar de doorwerking in de berekening van de draagkracht

1.        bij het bieden van forfaitaire vergoedingen voor bepaalde voorzieningen.

 

 

7   Normerende werking

 

Met dit Protocol is beoogd om

1.        een zekere normering tot stand te brengen

a.        voor hetgeen onder een 'behoorlijke' toepassing

b.       en uitvoering van de Wvg moet worden verstaan.

2.        De wetgever eertijds heeft veel open normen gesteld,

a.         in de verwachting dat de praktijk weliswaar een zekere differentiatie zou laten zien,

b.       maar ook dat deze tot een bepaalde standaard zou leiden.

c.        Dit is minder het geval geweest dan eertijds verhoopt:

d.       de rechter heeft in individuele situaties in het bijzonder getoetst aan

                                                                 i.       het geformaliseerde beleid in de betreffende gemeente.

3.        De Minister van het SZW heeft, in samenspraak

a.         met organisaties van cliėnten

b.       en van de uitvoerders van de wet,

c.         met dit document

                                                                 i.      een in het begin van de eenentwintigste eeuw

                                                               ii.       passende norm willen vormgeven,

                                                              iii.       waarop de cliėnt zich kan beroepen.

 

4.        De beoogde bredere rechtszekerheid voor cliėnten

a.         zal daarmee daadwerkelijk gestalte hebben gekregen,

b.        zonder dat afbreuk wordt gedaan aan

                                                                 i.      de gemeentelijke beleidsvrijheid in de uitvoering van de Wvg,

                                                               ii.      die uitgangspunt is geweest bij de totstandkoming van die wet.

 

  1. De eerdergenoemde experimenten zullen er vooral op gericht zijn,
    1.  'best-practices' in kaart te brengen.
    2. Dat kan leiden tot het besluit,

                                                               i.       dergelijk beleid breder toepasbaar te maken.

    1.  De mogelijkheid daartoe kan afhangen

                                                               i.       van de specifieke situatie in elk van de gemeenten;

                                                              ii.       nieuw beleid moet inpasbaar– en aanvullend – zijn op hetgeen al plaats vindt.

  1.  Aan hetgeen in een experimenteergemeente wordt gerealiseerd
    1.  zullen in andere gemeenten daarom niet zonder meer

                                                               i.       rechten kunnen worden ontleend.

    1.  Dat kan alleen,

                                                               i.      als de betreffende praktijk ook aldaar

                                                              ii.       in verordeningen

                                                            iii.      of beleidsregels zal zijn vastgelegd.

 

 

8. Toetsingskader

 

Het algemene uitgangspunt van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) is,

1.        dat mensen met een beperking

a.        zo goed en zo zelfstandig mogelijk

b.       aan het maatschappelijk leven kunnen deelnemen.

c.         Daarbij gaat het om het opheffen van belemmeringen

                                                                 i.       die mensen met een beperking ervaren

d.       en het creėren van – waar mogelijk –

                                                                 i.      gelijke of gelijkwaardige mogelijkheden.

2.         Het voorliggend Protocol – hoezeer in algemene termen verwoord –

a.        is  daartoe  het uitgangspunt.

3.         Concreet samengevat:

a.         per saldo dient de voorziening doeltreffend,

b.        doelmatig

c.         en afgestemd op specifieke situatie

                                                                 i.      van de cliėnt te zijn.

4.        Dat is het geval, indien:

   1.  de voorziening de belemmering opheft

§         of, als dat onmogelijk is,

§         de belemmering tot de hoogst mogelijke graad vermindert

§         en de mogelijkheid biedt om volwaardig maatschappelijk te participeren;

 

                 2. de voorziening gericht is op:

§         de cliėnt en zijn specifieke situatie.

§          Dit houdt in dat uitgegaan wordt van

a.        de persoonlijke omstandigheden,

b.       voorkeuren en

c.         keuzes van de cliėnt.

3.  Hierbij gaat het in ieder geval om:

                       a.  fysieke en mentale omstandigheden

§         die samenhangen met de ziekte of handicap,

§          in het bijzonder progressief verloop;

                       b. de gezinssituatie,

§         de leefsituatie en

§         de directe en sociale omgeving;

                       c.  de vraag of de cliėnt van mantelzorg gebruik wil maken en,

§         indien dat het geval is,

§         de vraag hoe deze mantelzorg fysiek

§          en mentaal zo min mogelijk kan worden belast;

                       d. levensbeschouwelijke activiteiten;

                       e. sociale en culturele activiteiten,

§         vrijwilligerswerk en educatie;

                       f. sociale contacten,

§         familiecontacten en

§         andere contacten;

                       g. normen, waarden en gebruiken van de cliėnt;

                       h. ontwikkelingen in de tijd

§         met betrekking tot onder a tot en met g genoemde omstandigheden;

                4. de toegekende voorziening er op gericht is om ;

§         voor de cliėnt een gelijke

§         of zo goed mogelijke vergelijkbare positie te creėren

o         als een persoon zonder beperkingen heeft.

§         Het gaat daarbij om het gebied van

o         leven,

o        verzorgen,

o         slapen,

o        leren,

o        werken en

o        andere activiteiten die mensen verrichten;

                5. de cliėnt met de toegekende voorziening

§         de verschillende sociale rollen volwaardig kan vervullen,

§          zoals bijvoorbeeld de rol van partner,

o        ouder,

o         buurtbewoner;

                6. de voorziening gericht is op

§         het versterken van de zelfstandigheid en

§          zelfregie van de aanvrager

o        in plaats van de afhankelijkheid van een ander;

                7. de toegekende voorziening de mogelijkheid biedt

§         om normaal van de woning gebruik te maken,

§         waarbij in ieder geval gelet wordt op leven,

§          verzorgen,

§          het verrichten van geregelde huishoudelijke taken,

§         slapen, bezoek ontvangen, ontspannen, leren en werken;

                8. de toegekende voorziening uitgaat van

§         de diversiteit van de vervoersbehoefte van de cliėnt.

§          Het gaat om het doen van alledaagse activiteiten,

o         zoals het doen van boodschappen en winkelen,

o         het onderhouden van sociale contacten en

o         het uitoefenen van recreatieve activiteiten;

                9. in de toegekende voorziening de meerkosten,

§         die de cliėnt ten opzichte

o         van een persoon in een overigens vergelijkbare situatie heeft,

§          zijn inbegrepen.

 

      5. Voorts wordt de cliėnt, bij de aanvraag van de voorziening,

§         adequaat geļnformeerd over de procedures,

§          beslistermijnen,

§          mogelijkheden van bezwaar en beroep en

§          de behandeling van klachten.

o         De beslissing op de aanvraag is altijd gemotiveerd.

o        Daarbij wordt de informatie in een voor de aanvrager toegankelijke vorm aangeboden.

 

9   Evaluatie

 

Dit Protocol voorziet in een invulling van:

1.        het begrip 'verantwoorde voorzieningen'

a.         als basisbeginsel in de Wvg, zoals die begin 2002 van kracht is.

2.         Voor de verdere toekomst zal een

a.        Bouwstenennotitie worden geformuleerd,

b.       op basis waarvan kan worden besloten tot

c.        aanpassing van het bestel van voorzieningen.

d.        Daarbij zal een relatie worden gelegd met

                                                                                         i.      de stelselwijziging in de zorgsector.

 

Toepassing van dit Protocol zal

3.        voor een verdergaande wijziging van het bestel

a.         waardevolle gegevens kunnen opleveren.

b.       Het zal goed zijn die te bezien uit het oogpunt van

                                                                                         i.       zowel de gebruikers/cliėnten

                                                                                       ii.      als dat van de verstrekkers.

c.         De wetgever zal daarmee zijn voordeel kunnen doen.

d.       Dat geldt zowel ten aanzien van de inhoud

e.         – het verstrekkingenbeleid,

f.          maar zeker ook de wijze van indiceren

g.       en de keuze van voorzieningen – als de uitgavenontwikkeling.

 

 

4.         Dat houdt inmiddels ook in, dat

a.        voor een nieuw stelsel andere keuzen zullen kunnen worden gemaakt

b.        dan die, welke nu als norm zijn weergegeven.

 

De werking van dit Protocol zal worden gemonitored en geėvalueerd.

5.        De Minister van SZW betrekt bij monitoring en evaluatie in elk geval

a.         de organisaties van cliėnten en de VNG als

b.       vertegenwoordiger van de uitvoerende gemeenten.

6.         SZW zal zorgen voor adequate facilitering van de monitor.

7.         Daarbij is het oogmerk te bewerkstelligen, dat

a.        een komend bestel daadwerkelijk beter aansluit

b.        bij de behoeften van de cliėnten,

c.        goed uitvoerbaar is en

d.        niet tot onbeheersbare kostenontwikkelingen leidt.

 

Met betrekking tot de monitoring zullen in ieder geval

8.        de kosten, met inbegrip van eventuele structurele meerkosten,

a.         in beeld worden gebracht,

b.        die uitvoering c.q. naleving van het Protocol met zich meebrengt.

c.         Eventuele structurele meerkosten komen voor rekening van het Rijk.

 

 



[1] Mensen met beperkingen – hetgeen wil zeggen: mensen met ergonomische, zintuiglijke, verstandelijke of geestelijke beperkingen, alsook ouderen die ten gevolge van ziekte of gebrek belemmeringen ondervinden. Omwille van de leesbaarheid zal, zonder aan deze diversiteit afbreuk te willen doen, in het navolgende kortweg van 'gehandicapten' worden gesproken.