Protocol-WVG
In een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het
ministerie van SZW bleek dat 15% van de WVG-cliënten
niet tevreden was met de uitvoering van de wet. Het ging hier ondermeer over de
verschillen die geconstateerd zijn tussen de gemeenten en om de “op de vraag
toegesneden aanbod”. Hierop zijn de gemeenten (VNG) en het ministerie in
gesprek gegaan met gebruikersorganisaties over te maken afspraken om de
kwaliteit van de wet.
Als resultaat hiervan is het “ Protocol-WVG”
gekomen; een aanwijzing aan de gemeenten om de voorzieningen nog eens onder de
loep te nemen en zo nodig aanpassingen door te voeren. Het ministerie heeft
toegezegd dat ze regelmatig de gemeenten zal “monitoren” naar de toepassing van
het protocol.
In Zoetermeer hebben we een cliëntenraad WVG. Hierin zijn
vertegenwoordigers opgenomen van:
-
Platform v/h Gehandicaptenbeleid Zoetermeer,
-
Gezamenlijke ouderenbonden,
-
Zorgvragersraad,
-
Reumavereniging,
-
Carla Schuurmanhuis.
De cliëntenraad WVG is met de gemeente in discussie over
de richtlijnen die het protocol geeft. Deze discussie gebeurt op basis van een
“Handreiking gebruik Protocol WVG” die door de gebruikersorganisaties (CG-raad, FvO, en CSO) is
opgesteld.
Belangrijkste
discussiepunten
Het protocol geeft een aanscherping van enkele
belangrijke uitgangspunten en begrippen als “verantwoorde voorziening” en
“normaal gebruik van de (aangepaste) woning”.
Enkele passages:
1. Gemeentebesturen kregen de zorgplicht om
voorzieningen te verstrekken die de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van
gehandicapten bevorderen;
2. Welke voorzieningen voor de doelgroep ook
daadwerkelijk bereikbaar zouden moeten zijn, ook als het gaat om ouderen of
mensen met een lager inkomen;
3. Door middel van een integrale en transparante
uitvoeringsstructuur;
4. Waarbij de invoering van de wet budgettair
neutraal diende te geschieden; en
5. Waarbij de zorgplicht en
budgetverantwoordelijkheid in één hand werden gelegd.
Binnen de gestelde uitgangspunten behoren
gemeentebesturen te streven naar een zodanige invulling van hun zorgplicht, dat
de gehandicapte door het verstrekken van een of meer voorzieningen zoveel
mogelijk deel kan nemen aan het maatschappelijke leven op een vergelijkbare
wijze als de niet gehandicapte mens.
De aanvraagprocedure dient voor de cliënt zo
min mogelijk belastend te zijn. De intake en indicatieadvisering moeten
aansluiten op en evenredig zijn aan de gevraagde respectievelijk te verstrekken
voorziening, en zullen niet voorbij mogen gaan aan hetgeen
op basis van andere regelingen kan worden verstrekt.
Wanneer een
gehandicapte belemmeringen ondervindt in het normale gebruik van de woning,
treft de gemeente een voorziening aan de woning om deze belemmeringen weg te nemen
of zoveel mogelijk verminderen. Ook kan de gehandicapte in aanmerking komen
voor een tegemoetkoming voor verhuis- en herinrichtingskosten, als er
een andere – wel geschikte – woning binnen redelijke termijn beschikbaar is.
Ook bij woningaanpassing
is het door de cliënt geformuleerde probleem het uitgangspunt. Aan de hand
hiervan en aan wat op grond van de beperkingen van de aanvrager noodzakelijk is
wordt vastgesteld welke voorziening in zijn situatie adequaat is. Het
gemeentebestuur houdt er rekening mee, dat gehandicapten niet zelden een andere
dagindeling, prioriteitsstelling en tijdsbestedingspatroon kennen dan de niet
in zijn bewegingen of anderszins, bijvoorbeeld
visueel, beperkte mens. Met het normale gebruik van de woning, waartoe ook de
verzorging van kinderen en het uitvoeren van geregelde huishoudelijke taken
gerekend kan worden, dient te allen tijde rekening te worden gehouden.
Gemeenten verstrekken vervoersvoorzieningen
die er op zijn gericht, dat mensen met beperkingen kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer binnen – in elk geval – hun directe
leefomgeving. Het gemeentebestuur zal de uit de beperking voortvloeiende
belemmering wegnemen (of zo veel mogelijk verminderen) door een adequate vervoersvoorziening,
waarbij het rekening houdt met de behoeften en persoonlijke omstandigheden van
de aanvrager……Vanzelfsprekend zijn de aard en mate van de beperking bepalend
voor het type en de omvang van de te verstrekken vervoersvoorziening(en). De
vraag kan niet alleen zijn, of iemand fysiek in staat is een bepaalde afstand
te overbruggen. Het behoort ook te gaan om de vraag, of iemand geheel zelfstandig
daartoe in staat is. Gehandicapten kunnen in aanmerking komen voor collectief vervoer,
individueel vervoer of een combinatie van deze……… Met het collectief vervoer kan
onbeperkt gereisd worden binnen het zorgplichtgebied tegen een tarief dat niet
hoger is dan het tarief van de blauwe strippenkaart. …… Gemeenten maken afspraken met vervoerders over prioritaire ritten.
Dit zijn ritten waarbij cliënten de garantie krijgen dat zij – behoudens een
situatie van overmacht – op een vooraf afgesproken tijdstip op de plaats van
bestemming zullen arriveren.
De rolstoel is een
zeer persoonlijke voorziening en de gehandicapte is er bijzonder van afhankelijk.
Daarom wordt meer dan gemiddeld zorg besteed aan de keuze voor merk en type. De
rolstoel is afgestemd op de behoeften van de gebruiker; mensen kunnen daarom,
meer nog dan bij andere voorzieningen, zelf kiezen voor de meest geschikte rolstoel,
uitvoering en leverancier.
Een van de problemen bij de uitvoering van de Wvg
heeft betrekking op de financiële gevolgen voor de gehandicapten, met name bij de toepassing van de Regeling financiële
tegemoetkomingen en eigen bijdragen Wvg. Inventarisatie van de klachten laat
zien, dat gemeenten deze regeling op verschillende manieren interpreteren.
De beoogde bredere rechtszekerheid voor
cliënten zal daarmee daadwerkelijk gestalte hebben gekregen, zonder dat afbreuk
wordt gedaan aan de gemeentelijke beleidsvrijheid in de uitvoering van de Wvg,
die uitgangspunt is geweest bij de totstandkoming van die wet.
Zoals we
het nu zien zal de discussie zich voornamelijk toespitsen op:
-
De
vervoersvoorziening;
o
Prijs,
kwaliteit, beschikbaarheid.
-
Rolstoelen;
o
Meer
vrijheid van keuze voor gebruiker.
-
Persoonsgebonden
budget;
o
Meer
vrijheid in besteden van beschikbaar budget.
Als er onderwerpen zijn die u na
aan het hart liggen en in deze opsomming niet zijn genoemd, twijfel niet en
neem contact op:
Met het PGZ:
Telefoon
(079) 351 3428 (maandag van 10 tot 12, anders
inspreken op het antwoordapparaat)
E-mail: pgz@pgz.nl
Of met
uw eigen belangenorganisatie.
Een kopie
van het “Protocol” en de “Handreiking” zijn te vinden op de website:
www.cg-raad.nl
of, www.fvo.nl
of, www.ouderenorganisaties.nl
Klaas
Leerlooijer,
Voorzitter
cliëntenraad WVG Zoetermeer.